Aroosa Khan: van Pakistaans platteland naar Hollandse diversiteit

Home Afghanistan/Pakistan Aroosa Khan: van Pakistaans platteland naar Hollandse diversiteit
Aroosa Khan: van Pakistaans platteland naar Hollandse diversiteit

Een bijna tomeloze drang om zich te bewijzen kenmerkt het leven van de duizendpoot Aroosa Khan (33), expert van het Grote Midden Oosten Platform. Khan is het voorbeeld van een migrantenkind dat zich staande heeft weten te houden in een land met een onbekende cultuur. “Ik heb mij als een van de weinige Pakistaanse vrouwen kunnen losmaken van tradities, zonder ook mijn gemeenschap los te laten. Hierin ligt mijn kracht.”

DOOR MUMTAZ KHADJÉ

“Rond mijn twintigste heb ik in mijn persoonlijk leven een strijd geleverd die ongebruikelijk is in de Pakistaanse gemeenschap. Je hoort de gebruiken van de cultuur te volgen. Ik   heb een andere keus gemaakt. Ik kon worden uitgehuwelijkt of een opleiding volgen. Ik opteerde voor het laatste en heb daarmee mijn lot veranderd. Niet dat dit gemakkelijk was: volg ik de traditie van mijn familie met als gevolg dat het mij verdriet zal doen, of maak ik mij los van mijn roots met de kans dat ik iedereen verlies die mij dierbaar is? De keus was uiteindelijk om te strijden voor wat ik voor mijzelf wilde en toch het contact te behouden met mijn familie. Ik ben trouwens dankbaar voor alle kansen die mijn ouders mij hebben gegeven.

Die moeilijke periode heeft mij gevormd. Ik heb het lef gehad voor mezelf te kiezen. Dat ik een goede band heb kunnen behouden met mijn familie, is mijn kracht geworden.

Diversiteit bevorderen

Wat mij vooral motiveert in mijn werk, en waar ik mij actief voor inzet, is om ook anderen te helpen eventuele culturele beperkingen te doorbreken. Ik hoop ooit een onafhankelijk orgaan op te zetten, op het allerhoogste niveau in het land, met betrokkenheid van de regering en de koning, om de diversiteit in Nederland te bevorderen. Dat kan en moet namelijk beter, we hebben een prachtige samenleving. We zouden er allemaal voor moeten zorgen dat die stand houdt, en niet afbrokkelt.

Sinds enkele jaren ben ik bestuurslid van de PvdA in Amsterdam-Oost, waarmee ik mijn steentje wil bijdragen aan het verbeteren van de samenleving. Daarnaast werk ik als consultant voor Nutricia in Pakistan.

Tijdens mijn studie aan de Vrije Universiteit te Amsterdam werd ik gevraagd om een programma te leiden om de diversiteit op de universiteit te verbeteren. Daarvóór was ik namelijk al nauw betrokken bij de oprichting van Mashriq, een studentenvereniging en netwerkorganisatie voor VU-studenten met een islamitische achtergrond, die de kloof wil dichten tussen de Nederlandse samenleving en de islam. Door mijn actieve inzet kon ik niet focussen op de studie en uiteindelijk moest ik die stopzetten. Ik heb het studeren inmiddels weer opgepakt en volgend jaar ben ik klaar, als eerste uit mijn hele familie heb ik dan een universitaire graad.

Ik heb een fantastische tijd beleefd aan de Vrije Universiteit, heb er veel vrienden aan  overgehouden. Het was mijn missie om een realistischer beeld te schetsen van studenten met een andere achtergrond en studenten met elkaar in contact te brengen, die tot dan gescheiden van elkaar in hun eigen clubjes zaten.

Gewone dromen

‘In Pakistan, waar ik ben geboren, leidde ik een eenvoudig leven en was ik een meisje met gewone dromen; mijn familie bestond uit grootgrondbezitters in een klein dorp in de provincie Punjab, tussen Lahore en Islamabad, in het noordoosten van Pakistan. In tegenstelling tot de meeste meisjes in mijn gemeenschap, ging ik wel naar school. Het leven was simpel in het traditionele dorpje, waar de islam geworteld is in de cultuur.

Zonsondergang op het platteland van de Punjab

Mijn vader vertrok in de jaren negentig naar Nederland om er als gastarbeider te werken bij de bloemenveiling van Aalsmeer, hij was schoonmaker. Mijn moeder, mijn zusje, twee broertjes en ik bleven achter in Pakistan, in de veronderstelling dat mijn vader na een aantal jaren genoeg zou hebben verdiend en weer huiswaarts zou keren.

Het was moeilijk zonder hem, wij zagen mijn vader amper en er was geen telefonische verbinding mogelijk met het dorp. Eind jaren negentig besloot mijn vader het gezin over te laten komen naar Nederland.

Wereldbeeld

‘Ik werd als twaalfjarige in het diepe gegooid, sprak de taal niet en omdat ik nooit eerder buiten het plattelandsdorpje was geweest, was mijn wereldbeeld heel beperkt. Ik keek m’n ogen uit. We woonden in een flat in de Bijlmer en hoewel de huizen klein waren, vonden wij dat alles goed was geregeld in Nederland. In mijn ogen was het een fantasieland.

Op een school voor nieuwkomers kwam ik terecht in een klas waar ik intensief werd begeleid in de Nederlandse taal, geschiedenis en wiskunde. Daarna heb ik de havo zonder problemen af kunnen maken en ben ik aan de Hogeschool van Utrecht Farmakunde gaan studeren, een studie die opleidt tot een managementfunctie in de apothekerssector.

Mijn leven in Nederland was tot dan toe goed en overzichtelijk. Op school ging het prima. In Utrecht veranderde dat dramatisch. De meeste studenten bleken niet gewend aan iemand met een andere afkomst, ze accepteerden mij niet, omdat ik volgens hen niet voldoende Nederlands sprak.

Ik ben er echt gediscrimineerd, hun houding was denigrerend en de school greep pas laat in. Ik was tot dan toe naïef en was mij er niet van bewust dat mijn Pakistaanse achtergrond een probleem zou kunnen zijn voor anderen. Het was een klap voor mij. Toch maakte ik de studie af en ging ik daarna werken bij een apotheek in Amsterdam-Oost. Maar ik wilde verder studeren, ik begon naast het werk aan een universitaire studie.

Handel met Pakistan

‘Na afronding van mijn studie Gezondheidswetenschappen wil ik met mijn achtergrond, ervaring en connecties, bedrijven en multinationals adviseren in de handel met Pakistan. Naar verwachting behoort Pakistan binnen enkele jaren tot de top-5 van wereldeconomieën. Daar komt nog bij dat het vervoer van goederen vanuit het Westen richting China niet alleen over zee zal gaan, maar dat er een belangrijke handelsroute komt via Pakistan. Dat zal bedrijven aantrekken. Met mijn expertise zie ik hierin een rol voor mij weggelegd om zakelijke connecties te leggen tussen Nederland en mijn geboorteland. Dat zie ik als mijn volgende stap.

Naarmate ik ouder word, bezoek ik Pakistan vaker, ook om mijn oma, Amanji, te zien. Niemand weet hoe oud mijn oma exact is, men denkt dat ze negentig is. Amanji stamt af van een politiek actieve familie en is de dorpsoudste. Ze is intelligent, heel scherp en geduldig en mensen gaan bij haar te rade voor allerlei zaken. Bij Amanji ervaar ik onvoorwaardelijke liefde. Ze sterkt me en het geeft me moed. Na zo’n bezoek kan ik er weer tegenaan in Nederland en kan ik beter kalmte bewaren bij tegenslagen. Precies zoals Amanji mij adviseert. Ze is mijn grote inspiratie.”