Rijdende bioscoop gaat de oorlog trotseren in West-Koerdistan

Home Arabische Revoluties Rijdende bioscoop gaat de oorlog trotseren in West-Koerdistan
Rijdende bioscoop gaat de oorlog trotseren in West-Koerdistan
Door Carl Stellweg

DOOR CARL STELLWEG

Stel je voor, je rijdt door noord-Syrië, de strook land waar de trotse vlag van Rojava (‘waar de zon ondergaat’) wappert. De Koerdische bevolking die hier van oudsher woont en tientallen jaren door het regime van Hafez en Bashar Assad werd gemarginaliseerd, heeft er haar autonomie bevochten.

Geen geringe prestatie, maar het laat zich raden dat het leven in dit belegerde republiekje verre van gemakkelijk is. Het is en blijft oorlog. De noordgrens is afgegrendeld door aartsvijand Turkije, vanuit het zuiden loert constant het gevaar van Assad en ISIS. Door het isolement is er nauwelijks bedrijvigheid en bouwactiviteit. Daarnaast oogt het landschap opvallend dor en kaal omdat Damascus de Koerden jarenlang heeft verboden bomen te planten. Mensen zijn immers makkelijker van hun erf weg te krijgen als er geen bomen op staan. Tenslotte wordt de horizon ontsierd door zwarte rookpluimen: daar wordt op primitieve wijze diesel uit verlaten oliebronnen gewonnen.

De vlag van Rojava

De vlag van Rojava

Maar stel je nu het volgende, onwaarschijnlijke tafereel voor. Aan diezelfde, troosteloze horizon verschijnt plotseling een opvallend voertuig: een busje, knaloranje geschilderd, met de vrolijke letters ‘Cinema’ op de zijkanten. Ja, een rijdende bioscoop, dat is het, ongelooflijk maar waar, de enige bioscoop van Rojava. En het is geen luchtspiegeling, maar de droom van filmmaker Rosh Abdelfatah, die over een maand of acht gestalte moet krijgen.

Rosh Abelfatah vluchtte in 1999 uit Syrisch Koerdistan naar Nederland. De reden: als 17-jarige scholier werd hij opgepakt en wekenlang vastgehouden, zonder opgaaf van redenen. Zijn vader moest hem vrijkopen. Een en ander was geen ongewone praktijk in dit wetteloze deel van Syrië. Zo verdienden overheidsdienaren een aardige cent bij ten koste van de min of meer vogelvrije Koerdische bevolking.
Onder geen beding wilde de tiener deze willekeur nog een keer ondergaan, en zo kwam hij terecht in Nederland, waar hij in 2006 asiel kreeg, dankzij een generaal pardon.

Ja, een rijdende bioscoop, dat is het, ongelooflijk maar waar, de enige bioscoop van Rojava. En het is geen luchtspiegeling, maar de droom van filmmaker Rosh Abdelfatah

Abdelfatah, van wie één oom toneelschrijver is en een ander auteur, had van jongs af aan artistieke aspiraties, speelde als kind reeds toneelrollen, en schopte het in Nederland uiteindelijk tot artistiek directeur van Arab Camera, een festival van Arabische films dat jaarlijks in Rotterdam plaatsvindt. Jarenlang speelde Syrië nauwelijks een rol in zijn leven, maar dat veranderde met het uitbreken van de Arabische lente. Als vele anderen hoopte hij dat die zou leiden tot democratie in de regio. En hoewel die hoop snel vervloog, zouden de ontwikkelingen in Syrië hem niet meer loslaten.

In 2011 stak hij de Tursk-Syrische grens over, een destijds nog gevaarlijker onderneming dan nu, om er vluchtelingen te filmen en te interviewen en medicijnen te bezorgen. Hij zou diverse keren, en met steeds kortere tussenpozen, terugkeren. Zijn Koerdische identiteit kreeg een geweldige impuls toen hij via Irak de officieuze republiek Rojava betrad en voor het eerst verkeersborden en reisdocumenten in het Koerdisch zag. ‘’Ten tijde van Assad was onze taal officieel verboden. Het was ongelooflijk om die nu overal om me heen te horen. Dat deed me enorm veel.”

Als snel groeide bij Rosh de behoefte in Rojava een project op te zetten dat de bevolking zou afleiden van de uitputtende beslommeringen van de oorlog, de voortdurende zorg om veiligheid, de vaak nijpende schaarste aan eerste levensbehoeften. Op het gebied van cultuur is de schaarste misschien het grootst. ‘’Aanvankelijk wilde ik een cultureel-ecologisch centrum oprichten, een plek waar mensen konden samenkomen om zich te verstrooien, om films te zien, maar ook om in een groene omgeving op adem te komen. Ik weet namelijk zeker dat groen een gunstig effect heeft op de psyche en dus ook de vrede dichterbij brengt. Echt, je kunt beter in een tuin over vrede en verzoening praten dan in de woestijn. En zoals woestijndieren het hardst zijn, zo geldt dat ook voor mensen.”

Rosh Abdelfatah, filmmaker, in Amuda, de Syrisch-Koerdische stad waar ooit een bioscoop stond.

Rosh Abdelfatah, filmmaker, in Amuda, de Syrisch-Koerdische stad waar ooit een bioscoop stond.

Gaandeweg kwam hij tot de overtuiging dat dit plan vooralsnog te ambitieus was en hij beter iets kon bedenken van tijdelijker en dus ook flexibeler aard. En zo kwam hij op het idee van een rijdende bioscoop. Het scherm en de bus kunnen ter plekke worden geregeld, de projector wordt vanuit het voertuig bediend.

Hij denkt dat openbare filmvertoningen op vele niveaus een heilzame werking in oorlogsgebied kunnen hebben. ‘’Hele gemeenschappen zijn uiteen gereten. In Al-Hasakah, een stad van tienduizenden inwoners waar ik vandaan kom, is pakweg de helft vluchteling. Het gaat om Arabieren uit ISIS-gebied, die hun Koerdische buren niet of nauwelijks kennen. De films die ik wil laten zien zullen onder meer over vrede en verzoening gaan, maar ik hoop dat de vertoningen zelf ook aan vrede en verzoening bijdragen doordat ze mensen samenbrengen die tot nu toe langs elkaar heen hebben geleefd. Het gebodene wordt daarom na afloop besproken, oorlogservaringen worden gedeeld, zodat men elkaar al pratende leert kennen.”

Het plan heeft inmiddels handen en voeten gekregen, is ook al met de autoriteiten ter plaatse doorgesproken. Die hebben het hun goedkeuringsstempel gegeven, met geestdrift zelfs, zolang plaatselijke politiek in de programmering buiten schot blijft. De bedoeling is zes weken rond te toeren en één plaats per week aan te doen: vier steden en twee vluchtelingenkampen. Kinderen worden nadrukkelijk bij het project betrokken. Zij zullen in workshops en dankzij een door UNICEF ontwikkelde app voor het Kinderrechten Filmfestival, hun eigen filmpjes maken, die als voorprogramma worden vertoond.

“De films die ik wil laten zien zullen onder meer over vrede en verzoening gaan, maar ik hoop dat de vertoningen zelf ook aan vrede en verzoening bijdragen doordat ze mensen samenbrengen”

Uiteraard wil Rosh volwassenen via hun kinderen naar het evenement toe lokken. Stiekem hoopt hij ook de kiem te leggen van een nu nog volledig afwezige filmcultuur in Rojava. De laatste bioscoop van Syrisch-Koerdistan brandde in 1960 tijdens een drukbezochte filmvertoning af. Bijna 200 kinderen kwamen in de vlammen om. Dat de Syrische overheid de toedracht van deze tragedie nooit onderzocht, sterkte nogal wat Koerden in de overtuiging dat de levens van hun kinderen in de ogen van Damascus weinig waard waren.

rojava3

Vluchtelingen uit ISIS-gebied steken de grens naar Rojava over.

Geen cinema dus, en ook geen televisie van aanvaardbaar niveau, want die biedt in het Midden-Oosten vrijwel uitsluitend propaganda en escapisme. ‘’Maar wie weet bevalt het filmen sommige kinderen zo goed dat ze ermee door willen gaan,” zegt Rosh. Dat is niet het enige: ook wil hij dat kinderen, door zelf films te maken, zullen inzien hoe de werkelijkheid kan worden gemanipuleerd; tot het besef zullen komen dat wat zij op tv voorgeschoteld krijgen, niet helemaal, of helemaal niet, de werkelijkheid hoeft te zijn.

Wat het filmaanbod van zijn rijdende bioscoop voor volwassenen betreft, denkt Rosh onder meer aan Waar gaan we nu naar toe, (vrij vertaald), een Libanese tragikomedie over een dorpje dat de burgeroorlog in Libanon tot in het absurde buiten de deur probeert te houden, en Problemski Hotel, een – eveneens tragikomische – verfilming van het boek waarin de Vlaamse schrijver Dimitri Verhulst zijn ervaringen in een Brussels asielzoekerscentrum heeft vastgelegd: ‘’Om de mensen duidelijk te maken dat Europa niet het paradijs is dat zij zich er vaak van voorstellen.” Waar het op neerkomt is dat de zwart-wit tinten van de oorlog door de broodnodige nuance worden bijgekleurd.

rojava4

Scène uit de Libanese film ”Et maintenant, on va où?”

Een aspect dat onmogelijk onbesproken kan blijven is de veiligheid. De filmmaker opereert zo onafhankelijk mogelijk van de autoriteiten, maar voor een minimale veiligheidsgarantie heeft hij ze hard nodig, en dat aspect is tijdens diverse overleggen dan ook uitgebreid aan de orde gekomen. Veilig is het in Rojava nergens, zo simpel is het. De oorlog gaat door. Vandaar dat mannen tussen zestien en veertig jaar grotendeels ontbreken in het straatbeeld. Die zijn namelijk aan het vechten. Nowroez, het Perzisch en Koerdisch nieuwjaar, werd dit jaar nauwelijks gevierd, omdat de festiviteiten het jaar daarvoor in een bloedbad eindigden. Bomaanslagen van ISIS kostten toen tientallen mensen het leven.

Tegelijkertijd gaat niet alleen de oorlog maar ook het gewone leven door. Kinderfestivals en dergelijke worden zelden afgelast. Rosh heeft het zelfs meegemaakt dat toneelopvoeringen niet werden onderbroken nadat er vlakbij gewelddadigheden waren uitgebroken. En ook is het zo dat lessen op school gewoon doorgaan, ook al is er net iets vreselijks gebeurd dat de leerlingen direct aangaat. Vaak zijn ze niet eens op de hoogte omdat ze hun mobiel hebben moeten inleveren. ”De regel is dat je afmaakt wat je aan het doen bent, wat er ook gebeurt,” zegt Abdelfatah. ”Die discipline doet een beetje onmenselijk aan, maar is niet voor niets: anders gaat het hele leven kapot.”

En hoe zit het met de financiering? Die heeft Rosh nog niet rond. Betekent dit dat het nog spaak kan lopen? ‘’O, nee,” zegt hij. ‘’Dat is geen optie. Het gaat door. Ik ga het doen, hoe dan ook.”
We geloven hem op zijn woord. We kennen hem al ietsje langer dan vandaag. Ongelooflijk maar waar: die oranje bus gaat rijden in Rojava.