Turkije begrijpen? Kijk vooral ook naar de economie

Home Economie Turkije begrijpen? Kijk vooral ook naar de economie
Turkije begrijpen? Kijk vooral ook naar de economie
Door Carl Stellweg

DOOR CARL STELLWEG

Turkije is vrijwel dagelijks in het nieuws. Geen wonder. De strapatsen van de Turkse president Erdogan, een krachtig leider die het land veel goeds heeft gebracht maar steeds verder afglijdt naar een destructief despotisme, blijven de aandacht trekken. Daarnaast is er op dit moment de koehandel tussen Ankara en Brussel, met Arabische oorlogsslachtoffers als inzet.

Minder tijdgebonden redenen om Turkije in het vizier te houden zijn er ook: het lidmaatschap van de NAVO en – cliché – de strategische brugfunctie tussen Oost en West.

Daarnaast is Turkije relevant op een manier die de opmerkzame bezoeker snel duidelijk wordt. Turkije is ontegenzeglijk een natie in opkomst. Ook al gaat het met horten stoten. Wat er ook op het land valt aan te merken, de vitaliteit is voelbaar en onontkoombaar. In dat opzicht streeft het land het stagnerende Europa duidelijk voorbij.

Turkije heeft een jonge, ambitieuze bevolking, waar Europa juist vergrijst. En Turkije is niet alleen dynamisch in de bekende stedelijke driehoek Istanboel-Izmir-Ankara, maar juist ook daarbuiten, in het ooit slaperige Anatolische achterland, dat een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt. Kom daar eens om op het Europese platteland. In Turkije is de afgelopen decennia een nieuwe, provinciale middenklasse opgestaan, terwijl de Europese – westerse – middenklasse in diezelfde periode is afgekalfd.

Marc5

Anonieme prent van de slag om Wenen in 1683.

Twee keer, in 1529 en 1683, stonden Ottomaanse legers aan de poorten van Wenen, maar werden ze weerstaan. “Graag of niet”, zullen ze nu misschien denken in Ankara. Zeker, Turkije wilde graag lid worden van de EU – maar dat was vóór de Eurocrisis. Turkije zal in 2030 naar verwachting de vijfde economische macht van Europa zijn. Het is niet zeker of de EU tegen die tijd nog in de huidige vorm bestaat .

Al met al is het dus niet aan te raden Turkije links te laten liggen – als dat al zou kunnen – of het land met west-Europees dédain te benaderen. Veel verstandiger en lucratiever is het om te proberen deze grootmacht in wording te vriend te houden, Erdogan of geen Erdogan, en ook al zijn er natuurlijk grenzen aan het pragmatisme. Hoe dan ook is het voor Nederland een pluspunt dat het zulke nauwe betrekkingen heeft met Turkije – nauwer dan veelal bekend is. Volgens de Kamer van Koophandel was ons land in de eerste helft van 2014 er zelfs koploper op het gebied van directe buitenlandse investeringen.

Marc2Vanzelfsprekend komt die innige relatie aan bod in de bundel “Het Nieuwe Turkije – Europa’s naaste buur in perspectief”, al heeft het boek nog veel meer te bieden. Inclusief voorwoord, inleiding en slotbeschouwing bevat het 17 stukken van evenzovele deskundigen, variërend van historicus Thomas von der Dunk tot specifieke Turkije-kenners als Marc Guillet en Froukje Santing. Geschiedenis, geopolitiek, economie, persvrijheid, religie, samenleving en kunst en cultuur komen aan bod: een even rijk als evenwichtig palet van doorgaans boeiende, heldere, en niet te lange beschouwingen, zonder meer interessant voor elke geïnteresseerde leek.

Nog even over die Turks-Nederlandse betrekkingen: verhelderend, onthullend zelfs, is het stuk dat Alexander de Groot erover schrijft. Vanaf 1612 had ‘Nederland’ al een diplomatieke vertegenwoordiging in het Ottomaanse rijk, hoewel datzelfde rijk zich destijds formeel in oorlog achtte met elk land dat niet onder moslim-bestuur stond. De handelsgeest was evenwel sterker: die dreef de zogeheten Sublieme Porte ertoe mazen te vinden in de heilige islamitische wet.

Marc6

De Sublieme Porte, ofwel de poort naar het complex waar de voornaamste Ottomaanse regeringsgebouwen waren gevestigd. De woorden stonden ook voor het centrale Ottomaanse gezag.

Dit kan voor een deel verklaren waarom Nederland economisch zo actief is in Turkije: dat is het immers al zo lang. De Turks-Nederlandse verwevenheid maakt het echter ook wenselijk ‘’dat ernst wordt gemaakt met de bestudering van taal, land, cultuur en geschiedenis van de Turken en Turkije,’’ zoals De Groot enigszins vermanend stelt. Kennelijk is dat tot nu toe onvoldoende gedaan. De indruk is inderdaad gewettigd dat Turkije, ondanks alle aandacht, voor een groot deel onbegrepen blijft. Eigenlijk niet zo gek, want het land verschilt fundamenteel van (de rest van) Europa.

Wat moderne geschiedenis betreft is de bundel een prima introductie. De verhandelingen van onder anderen Von der Dunk, Joost Lagendijk, Marc Guillet, Thijl Sunier en Lily Sprangers over de relatie tussen staat, samenleving, religie, en economie, vormen de ruggengraat van het boek. In dat rusteloze samenspel is Turkije vermoedelijk uniek: hooguit laat het land zich vergelijken met Frankrijk, dat eveneens een langdurige schoksgewijze en door geweld getekende ontwikkeling tot moderne natie heeft gekend. En ook in Frankrijk stonden de verhoudingen tussen de instituties immer op scherp, en heerst er een vorm van secularisme (laïcité) die als inspiratie diende voor de Turkse laiklik.

Uitermate leerzaam is het te lezen hoe Turkije zich van een streng seculiere militaire dictatuur onder Atatürk ontwikkelde tot een min of meer democratisch bestel met een prominentere plaats voor religie; en van een agrarische samenleving tot een stedelijker maatschappij waarin een klasse van economisch moderne, uiterst pragmatische, maar sociaal conservatieve en gelovige entrepreneurs een belangrijke rol spelen. Niet altijd eenvoudig te begrijpen voor Europeanen, die gewend zijn secularisme in verband te brengen met democratie; en ontkerkelijking met verstedelijking.

Marc4

Konya, Turkse provinciestad die een stormachtige ontwikkeling heeft doorgemaakt.

Feitelijk vormt de ontwikkeling van de economische potentie van het land de sleutel tot een beter begrip van Turkije. Marc Guillet geeft hiervan in zijn bijdrage een helder overzicht. Economische liberalisering heeft het land politiek en maatschappelijk ontsloten, maar op een wijze die de West-Europese logica tart.

Powerhouse of niet, er is nog steeds veel dat niet deugt aan Turkije. Zeker op dit moment: het is niet overdreven te stellen dat het land in crisis verkeert. Ondanks het traditioneel beleden étatisme, is de staat eigenlijk zwak, want niet onafhankelijk en neutraal. De staat is voor een groot deel eigendom van de machthebbers van het moment: die zien dat als vanzelfsprekend, zoals ook blijkt uit het gedrag van Erdogan. Zolang dat zo blijft zal Turkije zich niet ontwikkelen tot een participatiedemocratie met een volwassen maatschappelijk middenveld. Wat het gevaar met zich meebrengt dat het op zeker moment tegen zijn eigen ambities te pletter slaat.

Marc1

Marc Guillet

Uit de bijdrage van Guillet blijkt ook dat de economische ontwikkeling op dit moment gevaarlijk stagneert: de middle income trap. Hoe daaraan te ontsnappen? Daarvoor zijn weer hervormingen nodig die buiten de economische orde liggen. Een onafhankelijke justitie en onderwijs van hoge kwaliteit zijn onontbeerlijk. Én een einde aan de polarisering die Erdogan op dit moment uit zelfzuchtige politieke motieven nastreeft.

Toch overheerst optimisme. “De fundamenten zijn goed,” schrijft Guillet. “De Turkse economie heeft zijn veerkracht tijdens de kredietcrisis bewezen.” Dat zou dan in het bijzonder Nederland goed uitkomen, maar het is ook cruciaal voor de stabiliteit in de regio. Misschien moet het inzicht nog rijpen dat een sterk Turkije een minder grote bedreiging is voor Europa dan een zwak Turkije. Dat een zwak Turkije, gezien de chaos in het Midden-Oosten, voor Europa even funest kan zijn als een zwak Amerika. Met die constatering is het belang van een bundel als ‘’Het Nieuwe Turkije – Europa’s naaste buur” meer dan afdoende aangetoond.

Het nieuwe Turkije – Europa’s naaste buur in perspectief

Gürkan Çelik & Thijl Sunier (redactie)

Met een voorwoord van Ben Bot

Uigeverij Eburon, ISBN 978-94-6301-019-1

271 blz.