Niet naar de wapenbeurs! – Door Sylva van Rosse en Rena Netjes

Home Laatste artikelen Niet naar de wapenbeurs! – Door Sylva van Rosse en Rena Netjes
Niet naar de wapenbeurs! – Door Sylva van Rosse en Rena Netjes
Door Sylva van Rosse

Nederland verkocht in 2013 voor 116,63 miljoen aan wapens aan de regio Midden-Oosten/Noord Afrika. In vrijwel al die landen is sprake van interne (gewapende) conflicten. Eind februari vindt een grote wapenbeurs plaats in Abu Dhabi. Onze minister van defensie gaat daar naar toe met een stevige delegatie vanuit drie ministeries en uit de Nederlandse wapenindustrie. Om geld te verdienen voor Nederland ongetwijfeld. Maar waarom wil de regering wapens verkopen in een regio die letterlijk in brand staat? De vele problemen waar het Midden-Oosten mee te maken heeft zullen niet worden opgelost door meer wapens. Integendeel, het Midden-Oosten zou gebaat zijn bij ontwapening! De zogenaamde economische belangen zijn korte termijn belangen en bovendien absoluut immoreel. En wel om drie redenen:

1) De landen in deze regio zijn dictatoriaal. Oppositie voeren is er levensgevaarlijk en verschillende regeringen hebben recent geweld gebruikt tegen eigen burgers.

In 2013 verkocht Nederland wapens aan Qatar, Saoedi Arabië en aan de Verenigde Arabische Emiraten. Deze landen, voeren mede proxy oorlogen uit in Libie en Syrië bijvoorbeeld. Qatar steunt in Libie politiek Islamistische partijen, terwijl de VAE die juist bestrijdt, zoals Qatar, Soedi Arabie en de VAE alles en iedereen bestrijden die naar eigen zeggen de stabiliteit bedreigen. Zij dragen daarmee actief bij aan het ontstaan van falende staten.

De Verenigde Arabische Emiraten (VAE), waar de wapenbeurs plaatsheeft, zijn een groeiende macht in de regio. Het land is nummer 15 van wapenimporteurs internationaal. Saoedi Arabië, nummer 5 van wapen importerende landen, gaf in 2013 67 miljard uit aan wapens. Het land is berucht als het gaat om mensenrechtenschendingen.

Nederland leverde in 2013 ook wapens aan Egypte. In dat land is het democratiseringsproces ernstig gestagneerd en worden aan de lopende band politieke activisten opgepakt. Daarnaast is er sprake van geweld tegen burgers. Het “excessieve geweld door Egyptische politie” bijvoorbeeld, in de woorden van Human Rights Watch, in de maanden na het afzetten van president Morsi (juli 2013), leidde ertoe dat er tijdens protesten meer dan 1300 gedood zijn. Afgelopen zomer nam het kabinet een besluit dat weer marine wapens aan het militaire regime geleverd mogen worden, omdat anders de concurrentie positie van Nederland in het geding zou komen.

TOW missile in handen van Jabhat ElNusra

TOW missile in handen van Jabhat ElNusra

2) Het risico bestaat dat wapens in handen komen van gewapende groeperingen waarvan de meesten niets geven om mensenrechten, waarvan er veel actief zijn in het Midden-Oosten.

Het probleem is dat hoe meer wapens er in omloop zijn, hoe makkelijker ze in handen komen van groepen die ons niet aanstaan. Als het al niet zeer problematisch is dat dergelijke groeperingen elkaar bloedig bestrijden, ten koste van het ontstaan of functioneren van een normale staat en burgersamenleving, zou het ons moeten interesseren dat veel van deze groeperingen een ronduit antiwesterse agenda hebben. Het is lang niet altijd te achterhalen hoe ze allemaal bewapend worden.

Als het gaat om Libië weten we dat Qatar en de VAE zich beiden bemoeien met het gewapende conflict in Libië. Qatar levert vanaf 2011 wapens en geld aan bepaalde milities. De VAE bewapenen vanaf 2011 juist rivaliserende milities. De Egyptische autoriteiten hebben partij gekozen, dezelfde als de VAE, in de Libische conflicten en kondigden in augustus aan dat zij het Libische parlement zouden bewapenen, nadat het uit Tripoli gevlucht was en zich vestigde in het aan Egypte grenzende Tobruk. Dit parlement wordt door een aantal prominente parlementsleden in het Westen van het land geboycot.

Als het gaat om de andere grote brandhaard, Syrië, is de situatie veel ondoorzichtiger. Een aantal Syrische oppositiegroepen is natuurlijk bewapend door Westerse landen. Jabhat alNusra kreeg behalve van AlQaeda waarschijnlijk ook wapens van diverse individuen uit Qatar en Saoedi Arabië. Saoedi Arabië levert verder al vanaf het begin van de burgeroorlog wapens aan het Vrije Syrische Leger (FSA) en aan het Salafistische Islamitische Front. Maar de situatie met rebellen is bijzonder fluïde. Ze verkopen soms wapens door aan andere groepen en er worden langs allerlei wegen wapens gesmokkeld. De Soennitische leider Ahmad Abu Reesha van de Iraakse provincie Anbar bijvoorbeeld, zei deze maand in een interview aan Arabiya dat zijn (pro Amerikaanse) clans wapens smokkelen naar IS.

De grenzen tussen landen in het Midden-Oosten zijn grotendeels poreus. Na de val van Qaddafi zijn veel van zijn wapenvoorraden door smokkelaars naar Egypte gebracht, en van daar naar Ansar Bait AlMaqdis, bondgenoot van de Islamitische Staat (IS) in de Sinaï, naar de Gazastrook, naar rebellen in Syrië en in Mali. In datzelfde Mali liggen op dit moment Nederlandse VN troepen onder vuur van gewapende rebellen.

Er is bewijs dat Jabhat AlNusra gebruik maakt van een Amerikaanse anti-tank wapen. Uit onderzoek blijkt dat de meeste wapens die IS gebruikt zijn buitgemaakt van het Syrische en Irakese leger, grotendeels van Russische, Chinese of Amerikaanse makelij, waaronder 23 MiGs. En er is bewijs dat IS raketten van Duitse makelij heeft buitgemaakt. Ook wapens die door Saoedi Arabië geleverd zijn in Syrië zijn in handen van IS beland.

Libische wapens onderschept in Egypte op weg naar Gaza

Libische wapens onderschept in Egypte op weg naar Gaza

3) Het lijkt logisch om IS met grof geweld te bestrijden, en bijvoorbeeld lokale partijen te bewapenen omdat ze op dit moment onze partner zijn. Maar wat doen we voor de lokale bevolking (en voor onze eigen belangen) op de lange termijn?
Waar zijn al die wapens over vijf jaar? Of over tien jaar? Grote kans dat ze dan in handen zijn van mensen die ons minder aanstaan.

Westerse betrokkenheid bij het bestrijden van terreurgroepen in het Midden-Oosten heeft nog nooit geleid tot het verdwijnen van dit soort groepen. Integendeel, ze lijken te groeien en ze worden steeds bedreigender. Daarom zou alle inzet gericht moeten zijn op het zoeken naar lange termijn oplossingen.

Nederland kan het niet maken om economische belangen te plaatsen boven het zoeken naar duurzame oplossingen in het Midden-Oosten. Het kan het niet maken om wapens te verkopen aan regimes of partijen die geen bezwaar hebben tegen het beschieten van eigen burgers, of die van buurlanden. Het zou zich in Europa en in gesprek met Rusland sterk moeten maken voor een eind aan ongecontroleerde wapenhandel, en voor een focus op echte veiligheid en democratisering. Want een gewone burger in het Midden-Oosten koopt niets voor dooddoeners als ‘landen hebben het recht zich te verdedigen’ en ‘zo zit de wereld nou eenmaal in elkaar’.

We moeten ons richten op de oorzaken van de terreur. Op het feit dat de toekomst voor de jonge bevolkingen in het Midden-Oosten meestal uitzichtloos is, dat er geen stabiele middenklasse is die een land draagt, dat de zittende regimes ernstig corrupt zijn en nauwelijks om burgers geven, hen geen enkele bescherming bieden. En dat Westerse regeringen wel spreken over democratisering, maar zelf de voorkeur lijken te geven aan de zittende, ondemocratische regimes.

Dit opiniestuk van Rena Netjes en Sylva van Rosse stond (in kortere versie) in NRC van 3 februari en NRC Next van 5 februari 2015.